
Wielrennen
Wasmachine, bolletje en casino: het jargon van de sprinters in de Tour uitgelegd
11 juli 2026 om 08:02 · NOS Wielrennenvia Onnos
Wie tijdens de Tour de France naar sprinters luistert, vraagt zich wel eens af wat een wasmachine of een casino te maken heeft met een massasprint. Tim Merlier zei goed uit "het casino" te zijn gekomen toen hij vrijdag de sprint won. Nederlander Olav Kooij werd dan weer weggedrukt in "de wasmachine".
Om voor de etappe van vandaag, die waarschijnlijk weer uitloopt op een massasprint, te begrijpen wat deze snelle mannen bedoelen, helpt het om de laatste kilometers van een sprintetappe van bovenaf te bekijken. En om ervaringsdeskundigen het fase per fase te laten uitleggen.
"In zulke etappes willen sprinters zo min mogelijk energie verspillen. Alles is gericht op één explosie in de laatste 200 meter", weet Tom Veelers. Jarenlang verzorgde hij de lead-out van de Duitse topsprinter Marcel Kittel, die veertien Touretappes won.
Veelers was de laatste man die Kittel in juiste positie op snelheid moest brengen. Tom Dumoulin, ook jarenlang ploeggenoot van Veelers, benoemde hem tot professor van het sprintaantrekken. Hij weet precies wat er zich in de laatste honderden meters voor de finish afspeelt.
"De eerste renners zitten redelijk in een lijn, bij elkaar in het wiel om daar het aerodynamische voordeel van te hebben", legt Veelers uit. "Daarachter vormt zich dan een bolletje van renners die ook zoveel mogelijk uit de wind willen blijven en wachten op het juiste moment. In de etappe naar Bordeaux viel de bolvorming nog mee, omdat er een lichte bocht in de laatste kilometers zat."
Bekijk hier de vorm van het peloton richting de finish in Bordeaux:
Helemaal veilig is het niet om in dat bolletje te zitten, want voor je het weet beland je namelijk in de...
"Het is een constante verschuiving van renners die in elkaars wiel plakken, toch nog van positie willen veranderen en proberen in te voegen", zegt Veelers. Daar ontstaat dus een effect als in een wasmachine. Iedereen drukt elkaar aan de binnenkant weg, een wirwar van wielrenners als truien in een wastrommel.
"Bij de sprint in Bordeaux viel het door de flauwe rechterbocht nog mee", vond Veelers. "Iedereen wilde aan de rechterkant zitten, waardoor er alleen op de linkerkant van de weg ruimte was. Daar kwamen renners naar voren, de opgaande lijn. Rechts de terugkomende lijn."
Olav Kooij gokte op de rechterkant en kwam nooit meer aan sprinten toe:
Als de aankomst op een kaarsrechte weg ligt, kunnen nog meer opgaande en terugkomende lijnen ontstaan. In het midden hebben renners dan weinig controle meer: als er voor hen mannen invoegen, hebben zij geen keus en zakken ze langzaam weg.
"We zaten net een paar plekken te ver, waardoor we een beetje in de wasmaschine kwamen", merkte Kooij. "Je probeert nog momenten te zoeken om op te schuiven. Ik koos voor de rechterkant, maar er kwam geen ruimte."
Als de beste plekken voor in het peloton bezet zijn, opent voor de andere renners het casino, zoals voor ritwinnaar Merlier. "Vaak heb je een klein gelukje nodig. Merlier had dat", zag Veelers. "Hij dreigde ingesloten te raken, tot naast hem twee renners met de ellebogen tegen elkaar duwden en er een gaatje ontstond."
"Dat geluk moet je hebben. En dan moet je ook nog meteen kunnen beslissen de sprint in dat kleine gaatje aan te gaan. Dat is de kunde van Merlier, daarom is hij zo goed. Het is niet alleen zijn snelheid, hij maakt heel vaak de juiste keuze." Waag je de gok niet, of te laat, dan ben je gezien.
Bekijk de massasprint in Bordeaux en de interviews met hoofdrolspelers uit de wasmachine en het casino:
Voor alle sprinters die in Bordeaux verkeerd gokten, wacht vandaag een nieuwe kans. De aankomst in Bergerac is weer op maat voor de sprinters.
Veelers heeft al gezien waar het verschil gemaakt wordt: "Op 500 meter voor de streep ligt een haakse bocht naar rechts. Als je wil winnen, moet je bij de eerste zes of zeven renners uit die bocht komen."